Papua Nieuw Guinea

December 1994 - januari 1995PNG054.jpg
Vanuit de Baliemvallei, Irian Jaya, vertrokken wij naar Port Moresby, de hoofdstad van Papua Nieuw Guinea. Hier zijn we enkele dagen gestrand, wij zouden naar de hooglanden van Tari vliegen, naar de Huli, maar 2 Hulistammen waren juist met elkaar in oorlog en hadden het vliegveld (een grasveldje) als strijdveld gekozen, waardoor deze gesloten was. Van een stammenoorlog hebben buitenstaanders in principe niets te vrezen, het gaat alleen tussen de mannen van die stammen. Dus probeerden wij op een andere manier naar Tari te komen, we vlogen naar Mendi, zo’n 60 km van Tari gingen van daar uit met een minibusje naar Tari.  Dit onder begeleiding van een politie-escorte van 3 auto’s. Zij gingen ook naar Tari omdat de stammenoorlog uit de hand dreigde te lopen. PNG067.jpgOmdat reizen over land in Papua Nieuw Guinea vaak heel gevaarlijk is, in verband met ‘hold-ups’ (de weg wordt dan geblokkeerd en de auto’s overvallen), was het veiliger met de politie samen te reizen. En inderdaad, onderweg waren er 2 ‘hold-ups’. De politiemannen stoven uit hun auto’s, gewapend en al. Er werden verschillende schoten gelost. Er werd hardhandig opgetreden, er flink met knuppels op los geslagen, pijlen en bogen werden in beslag genomen en de mensen werden gedwongen de blokkades op te ruimen. Geen pretje om in Papua Nieuw Guinea politieman te zijn. Het is een heel onrustig land, met heel wat opstanden, hold-ups en stammenoorlogen. Vlak voor Tari afscheid van de politie-escorte genomen, zij hadden eerst nog enkele zaken te regelen en zouden later naar Tari komen, PNG072.jpgmaar het laatste stuk waren geen hold-ups te verwachten.  Helaas hadden die hold-ups heel wat tijd gekost en begon het inmiddels al aardig donker te worden. Het was helemaal donker toen we in Tari aankwamen, dit was een beetje link, kwamen we plots met een busje uit het vijandelijke gebied. En daar stond een hele groep schitterend uitgedoste krijgers met prachtige hoofdtooien, met pijl en boog in de aanval. De raampjes snel dicht gedraaid, alleen de chauffeur had zijn raam open. Hij moest stoppen en werd door een krijger met gespannen boog, de pijl slechts enkele cm van zijn hoofd, bedreigd. De chauffeur kende Tari, hij had daar familie wonen en vertelde dat hij alleen toeristen vervoerde. Op dat moment kwam ook juist de politie eraan en loste enkele schoten, de ‘krijgers’ stoven uiteen. PNG073.jpgAls we met daglicht waren gekomen, was er waarschijnlijk niets aan de hand geweest, hadden ze ons ‘blanken’ goed kunnen zien, maar nou in het donker plots een minibusje uit vijandelijk gebied. De politiebusjes hadden voor alle ramen roosters i.v.m. opspattende stenen, maar nou staken er diverse pijlen in. Pijlen die hier in Tari op hen waren geschoten. Han natuurlijk gelijk om een paar pijlen vragen. Vandaar reed 1 politie auto nog met ons mee naar onze slaapplek, enkele km van het strijdveld vandaan. We sliepen in een soort lodge, een project opgezet door een antropoloog en gerund door de lokale bevolking. Enkele kleine hutjes en een gemeenschapshut, voor stromend water moest je wel naar de rivier, maar er was een aparte wc, PNG091.jpgeen hutje met een madenput eronder. De volgende dag een initiatiehut van de Huli bezocht, maar die traditie begint hier steeds meer te verdwijnen. Er verbleven maar 6 jongens in de initiatiehut.  De hoofdtooien van de Huli zijn zeer indrukwekkend, gemaakt van hun eigen haar, vol met veren van paradijsvogels, kasuaris enz. De authentieke hoofdtooi is vastgegroeid met hun haar en kan dus niet afgezet worden.  Tijdens het initiatieproces dat zo’n 10 maanden duurt, krijgt men zo’n vastgegroeide hoofdtooi. Door middel van planten extracten probeert men de haargroei te bevorderen.  De papua´s hebben kroeshaar, hier in worden takjes gestoken om maar zo’n wijd uitstaand mogelijk kapsel te krijgen, en hier wordt een schitterende hoofdtooi van gemaakt. PNG069.jpgDe mannen met een vaste hoofdtooi slapen op hun rug met een klein bankje in hun nek, opdat hun hoofdtooi niet beschadigt. Maar slechts een klein deel van de Hulimannen heeft nog zo’n vaste hoofdtooi. De meeste laten hun haar steeds knippen en maken hiervan hun hoofdtooi, deze kan ’s avonds tenminste af. Overal in het dorp en daarbuiten zagen we mannen lopen in volle uitdossing op weg naar het strijdveld. Het strijdveld hebben we maar gemeden. Het grasveldje dat als vliegveld diende was het strijdveld. Het stamhoofd waar we logeerden vertelde hoe de ‘krijgsvoering’ ging. Aan beide kanten van het grasveld staat de 2 rivaliserende stammen, helemaal uitgedost en beschilderd met pijl en boog. Het grasveld is net te groot om van de ene kant van het veld naar de andere kant te schieten. PNG078.jpgDus steeds rennen enkele dappere krijgers naar het midden van het veld, schieten een pijl en rennen weer terug.  Stammenoorlogen komen hier zeer veelvuldig voor, elke stam kent wel enkele ‘oorlogen’ per jaar. Bijna altijd gaat het om een vrouw, door overspel, maar soms gaat het ook over land of varkens. Vrouwen zijn hier gewoon bezit. Terwijl de mannen hier prachtig zijn uitgedost, nog heel traditioneel gekleed met bladeren rokjes, dragen de vrouwen meestal gewoon T-shirts en rokken. Er is een groot verschil tussen de papua´s hier en de papua´s in Irian Jaya. In Irian Jaya is alles veel soberder, de papua´s  zijn daar de ‘mindere’ ten opzichte van de Indonesiërs. Ze zijn slank, vaak zelfs mager. Papua Nieuw Guinea is kleurrijker, de mensen zijn groter en dikker, luider, het is een vrij en trots onafhankelijk volk. Hier is de officiele taal Pidgin, een soort verbasterd Engels. Op school krijgt men ook Engels. In de meeste dorpen zijn er wel een paar mensen naar school geweest, meestal mannen en zij kunnen een beetje Engels. Dus je kunt veel beter met hen communiceren. PNG090.jpgZe komen zelfs vaak naar ons toe, trots uitleggend hoe alles er bij hen aan toegaat. Ze nemen ons overal mee naar toe. De mannen mogen bewonderen, fotograferen en filmen terwijl ze zich aan het uitdossen waren voor de ‘oorlog’.  Hier waren ze ruim een uur mee bezig, eerst het gezicht helemaal wit ververven, dat deed ieder zelf, daarna de kleuren geel en rood. Hierbij hielpen ze elkaar, ieder had weer andere tekeningen, patronen. Daarna werden de hoofdtooien te voorschijn gehaald, ondanks dat sommige hoofdtooien op elkaar leken, zaten er ook grote verschillen tussen. Diverse bamboekokers kwamen te voorschijn, hierin zaten de speciale veren opgeborgen, deze werden een voor een op de hoofddeksels gezet.  Daarna kwam de wijze man, bezweringen uitsprekend, en werd er gedanst. Het was eigenlijk meer ritmisch op het geluid van de trom springen, en al die prachtige hoofdtooien bleven gewoon zitten, ondanks al het gespring en gehup. PNG088.jpgDaarna verdwenen ze richting het strijdveld. Het bleek dat onze ‘gaststam’ in die oorlog al 2 mensen had verloren, de tegenpartij zelfs 4 mensen. In het verleden vielen er zelden doden, alles ging met pijl en boog, er raakte wel eens iemand gewond, maar het had meer een competitief element. Regende het dan was er wapenstilstand, anders zouden de veren op hun hoofdtooi nat kunnen worden en beschadigd raken en hun beschilderingen uitlopen. Was het weer droog, dosten ze zich weer opnieuw op en werd de ‘oorlog’ voortgezet.  De laatste jaren vallen er steeds vaker doden, sommigen hebben nou de beschikking over vuurwapens, gekocht of zelfgemaakt, zo ook de munitie. Dit leidt ook vaak tot ‘ongelukjes’. Gelukkig kunnen de meeste mensen zich (nog) geen vuurwapens of munitie veroorloven, anders zouden er nog meer doden vallen. Oorlog voeren is duur, valt er een dode, dan moet degene die daarvoor verantwoordelijk is, de stamgenoten van de dode schadeloos stellen. Toen wij Tari verlieten, gingen de mannen juist naar de onderhandelingen, men was het al min of meer eens over de prijs en nu moesten de laatste afspraken gemaakt worden.

PNG100.jpgNa de hooglanden van Tari vlogen we naar Wewak aan de oostkust, van waaruit we naar het Sepikgebied gingen. De Sepik is de grootste rivier van Azië, de op 4 na grootste rivier ter wereld. Dit deel van de reis ging per uitgeholde boomstam. Overal langs de rivier en zijriviertjes waren dorpjes met paalwoningen. De meeste zagen er zo gammel uit alsof ze bij de eerste de beste windvlaag in elkaar zouden storten, overal gaten en openingen. Wij sliepen ook in deze paalwoningen, je moest oppassen waar je liep, anders zakte je zo door de vloer, wat bij enkelen uit de groep ook een paar keer gebeurde. Per uitgeholde boomstam hebben we diverse dorpjes bezocht. We hadden de mazzel dat wij juist langs een dorpje kwamen waar een skin-cutting ceremonie gehouden zou worden, waarbij de jonge mannen een krokodillenhuid krijgen. Dit was een hele belevenis. PNG105.jpgElk dorp heeft een Tambourinhuis, een voorvaderhuis, het mannenhuis. In een paar dorpen mochten wij het Tambourinhuis bezoeken, deze hangen vol met houtsnijwerk, sommige stukken zijn bij interesse eventueel te koop. En wij hadden heel wat interesse, heel wat houtsnijwerk meegesleept naar huis. Maar hier in Jetchenmangue was het Tambourinhuis helemaal omheind met boomstammen en palmbladeren.  De vrouwen mochten niet zien wat in het mannenhuis gaande was. Han en de paar mannen van de groep mochten wel naar binnen. Binnen waren diverse volwassen mannen zich aan het uitdossen, ook bevond er zich binnen een groep jonge mannen waarbij 3 weken eerder de skin-cutting ceremonie had plaatsgevonden. Zij verblijven 5 weken in het Tambourinhuis en komen daarna als ‘echte man’ naar buiten. PNG109.jpgDaar deze ceremonie maar 1x in de 5 à 6 jaar wordt gehouden (en men vreesde dat dit wel 1 van de laatste skin-cutting ceremonies in dit gebied zou zijn, daar steeds meer jonge mannen naar de grote stad vertrekken) waren sommige jonge mannen al getrouwd, zelfs vader. De ceremonie begon ’s middags met het zingen en dansen door de schitterend uitgedoste volwassen mannen. Vanuit de omheining van het Tambourinhuis dansten zij naar en rond de krokodillentotem. PNG123.jpgDe totem was meer een versierde tak, met onderaan 2 krokodillenschedels. De krokodil is het belangrijkste symbool van de Sepik, zo vormden de dansende rij mannen een krokodil, de laatste danser droeg de staart van de krokodil tussen zijn benen, een geraffeld palmblad die hij steeds alle kanten uit zwiepte.  In het Tambourinhuis speelde men de trom, grote uitgeholde boomstammen waar men op sloeg of op kleinere bespannen troms dan klonk er weer een slag op het water, dit zou een klap van de krokodillestaart op het water zijn. PNG125.jpgDe vrouwen uit het dorp leken echt te geloven dat men binnen de omheining een krokodil hield. Han moest ook beloven niet te vertellen hoe dit geluid werd gemaakt. Elke 10 minuten kwam de dansende krokodil weer uit de omheining op weg naar de krokodillentotem. In de stoet fraai uitgedoste zingende en dansende volwassen mannen liepen nu ook de 31 jonge mannen van de eerste lichting van de skin-cutting mee, alleen gekleed in een dikke laag modder en een blad als lendedoek. Hun gezichten waren bedekt met grasslierten opdat ze herkend werden door de vrouwen. Eerst dansten ze met z’n allen tussen de volwassen mannen, daarna steeds 1 modderman tot ze allemaal geweest waren. Dan begon men weer opnieuw, dit ging ook de hele avond en nacht door. De volgende ochtend, na de dageraad werd de nieuwe lichting jonge mannen, 23 in totaal, besneden. PNG118.jpgDuizenden sneetjes op de rug, borst, bovenarmen en bovenbenen, in speciale figuren. Een hele pijnlijke gebeurtenis. Han was de enige van de groep die bleef kijken, de andere mannen van onze groep waren met een paar minuten weer terug. Han vertelde dat de jonge mannen languit op omgekeerde kano’s lagen, het snijden ging vrij snel, in zo’n 15 minuten was het gebeurd, de meeste huilden en kreunden van de pijn en het was een heel bloederig gebeuren, door de hitte hing er een weemakende geur van al dat bloed.Ondertussen stonden de vrouwen vol ongeduld te wachten totdat de mannen met de besneden jonge mannen de ronde naar de totem zouden maken. De meeste vrouwen hadden zich ook uitgedost, niet zo fraai als de mannen, maar toch heel apart, met modder en bladeren. PNG121.jpgElke keer als de trom binnen de omheining ging, begonnen een paar vrouwen te dansen, het bleek dat zij aan de trom geluiden konden horen dat hun zoon, broer of man werd besneden, dan dansten zij om de boze geesten te verjagen. In de loop van de ochtend werden de besneden jonge mannen op de rug van hun vaders of ooms, ondersteund door 2 man, ieder een bil, naar de totem geleid. De vrouwen begonnen luidkeels te wenen, toen ze de van pijn vertrokken gezichten van hun zoons, broers of mannen zagen. Ook ik moest even slikken, wat zag dat eruit, duizenden bloedende opengereten sneetjes.PNG130.jpg Slechts een enkeling zag er relaxed uit. Die hadden vast beetlenuts gegeten. Ook was er heel wat gejoel en gejuich, men was trots op de jonge mannen. Daarna verdwenen zij weer achter de omheining. De jonge mannen werden met een dikke laag modder ingesmeerd, door de modder gaan de wonden infecteren, waardoor de littekens groter en dikker worden, waardoor men pas echt een krokodillenhuid krijgt. In enkele dorpen zijn ook vrouwen besneden, we hebben een ruilmarkt bezocht en daar zagen we verschillende ‘versierde’ vrouwen. Heel anders dan de mannen, de littekens waren veel groter en dikker dan die van de mannen, ook de figuren waren anders. PNG140.jpgMeestal bleven deze versieringen tot de bovenarmen beperkt. Voor de vrouwen was er geen aparte ceremonieZo’n ruilmarkt was ook iets aparts. Deze ruilmarkt was aan een klein riviertje een stuk stroomopwaarts. Hier ruilden de vrouwen die aan de rivier woonden hun verse en gedroogde vis voor sago of voor groenten en fruit. Toen we aankwamen was er nog niet veel te zien, wel lag er her en der koopwaar uitgestald, maar ondanks de drukte en het heen en weer geloop leek er niet gehandeld te worden. Van het ene moment op het andere begon de markt, vrouwen met grote brokken sago liepen naar de riviervrouwen die achter hun vis zaten, ze lieten hun sago zien en de riviervrouwen keurden of ze de sago wilden ruilen of niet. Na de sago volgde groente en fruit. Het was duidelijk te zien dat de riviervrouwen een hogere status hadden, aan hen was de keus. PNG139.jpgNatuurlijk hadden de vrouwen die uit de bergen kwamen al lang rondgekeken wiens vis ze wilden, maar de uiteindelijke beslissing lag bij de riviervrouwen. Alles ging zo razend snel, binnen 10 minuten was alles, althans de vis verkocht. Even later gingen de riviermensen, de mannen waren er ook, maar zij bleven op de achtergrond, met hun kano’s nou volgeladen met sago, groente en fruit op weg naar huis en de bergbewoners, de vrouwen met hun draagnetten trokken het bos weer in.

Menu
Foto's

PNG060.jpg

PNG061.jpg

PNG064.jpg

PNG071.jpg

PNG074.jpg

PNG068.jpg

PNG075.jpg

PNG077.jpg

PNG086.jpg

PNG087.jpg

PNG089.jpg

PNG092.jpg

PNG094.jpg

PNG095.jpg

PNG112.jpg

PNG116.jpg

PNG124.jpg

PNG127.jpg

PNG128.jpg

PNG129.jpg

PNG131.jpg

PNG132.jpg

PNG134.jpg

PNG135.jpg

PNG142.jpg

PNG145.jpg